Inhoud

juli 2016

vrijdag 1 juli 2016

Bijlage - Laden elektrische voertuigen

Stimuleren en faciliteren
In de brandstofvisie van het ministerie van Infrastructuur en Milieu wordt de visie voor Nederland naar een duurzame brandstoffenmix geschetst. Om in 2050 een CO2-reductie van 60% te behalen is inzet van elektrisch rijden nodig. Elektrisch rijden met batterijen levert de meest energie-efficiënte vorm van aandrijving. Veel decentrale overheden stimuleren daarom de transitie naar elektrisch vervoer soms gecombineerd met een mix van andere duurzame brandstoffen. 

Decentrale overheden kunnen op verschillende manieren bijdragen aan de inzet van elektrisch vervoer. Te denken valt aan:

  1. het elektrificeren van het eigen wagenpark (denk aan taxi vervoer zoals het leerlingenvervoer in Utrecht, gemeentelijke voertuigen etc.);
  2. het stimuleren of faciliteren van oplaadpunten in de openbare ruimte;
  3. het stimuleren van inwoners en bedrijven om een elektrisch voertuig te kopen of leasen;
  4. het veranderen van gedrag en mobiliteitspatronen (zie handreiking CROW-KpVV Transitie naar duurzaam vervoer);
  5. het stimuleren van private partijen om semipublieke oplaadpunten te plaatsen.

Amsterdam is een voorbeeld waarbij elektrisch rijden als een compleet concept wordt neergezet. De aanpak bestaat onder andere uit het verstrekken van subsidies, communicatie over het onderwerp en het creëren van een laadnetwerk bestaande uit normaal laders en snelladers. Ook elektrische deel-autosystemen zoals die van Car2Go, dragen bij aan deze transitie naar zero-emissie steden. Laadpalen volgen de auto’s: alleen wanneer wordt aangetoond dat een elektrische auto wordt aangeschaft wordt een laadpaal bijgeplaatst.

Voorbeelden van projecten om openbare laadinfrastructuur te realiseren zijn:

Een ruimtelijke uitdaging
Stimuleren en faciliteren van passende infrastructuur kan op verschillende manieren, maar vraagt wel om een andere kijk op tanken, met name bij elektrisch laden. Laden kost nu nog meer tijd dan tanken bij een tankstation, zo’n 6 tot 10 uur, afhankelijk van de grootte van de accu van de auto. Voor het zogenaamde ‘normaal laden’ worden oplaadpunten daarom nu nog op aanvraag van elektrische rijders in de nabijheid van huizen en kantoren geplaatst. Zo kunnen auto’s tijdens de nacht of tijdens werktijd opladen en worden de laadpunten goed gebruikt.

Omdat elektrisch rijden sterkt in de lift zit denken steeds meer regio’s en gemeenten na over de toekomstige impact van laadinfrastructuur op de openbare ruimte. Door te kijken naar de verwachtte vraag naar infrastructuur en de verschillende laadoplossingen die er zijn kan een decentrale overheid een passende laadstrategie voor opstellen. 

De gemeente Rotterdam is hiermee gestart door het opstellen van strategische kaart, bestaande uit verschillende kaartlagen. Op basis van bestaande data en de verwachtte ontwikkelingen in de EV-markt zijn scenario’s  opgesteld voor de benodigde infrastructuur in de toekomst. Hierbij kan een gemeente denken aan infrastructuur voor bussen of alleen voor auto’s, en aan combinaties van verschillende laadoplossingen zoals snelladen of normaal laden. 
Verwachting laadlocaties Rotterdam: een van de kaartlagen van de strategische kaart
van de gemeente Rotterdam
Klik op de kaart voor een grotere afbeelding

Een van de laadoplossingen die minder impact heeft op de openbare ruimte en gebruiksvriendelijker is dan de huidige stekker is inductieladen., Hierbij is geen stekker meer nodig is. De gemeente Rotterdam is de eerste stad ter wereld waar een proef met draadloos laden in de openbare ruimte plaats vindt. Het kan vergeleken worden met het opladen van een elektrische tandenborstel. De oplaadplaat geeft stroom door via een elektromagnetisch veld. Inductielussen in de weg zijn nodig om op deze manier te kunnen laden. Inductieladen is nog duur en in de experimentele fase. Zie voor meer informatie: TU Delft: opladen tijdens het rijden kan.

Locaties van laadinfrastructuur
Er zijn in de basis drie mogelijke laadlocaties (bron: Startgids voor gemeenten):


Type laadlocatie
Voorbeelden
1) Privaat
-          Thuis op eigen terrein
-          Bedrijfsgarages en eigen parkeerterreinen van bedrijven
2) Semipubliek /
Verlengd Privaat Aansluitpunt (VPA)
-          Openbare parkeergarages of – terreinen (in privaat beheer)
-          Retail-locaties zoals winkelcentra, bouwmarkten
-          Hotels en horecagelegenheden
-          Benzinestations en wegrestaurants
3) Publiek
-          P+R terreinen
-          (gereserveerde) parkeerplaatsen in de openbare ruimte

De rol van de gemeente bij het realiseren van de infrastructuur is sterk afhankelijk van het type locatie. Bij private en semipublieke locaties zal de rol van de gemeente vooral aanmoedigend en faciliterend zijn. Particulieren kunnen gestimuleerd worden om een laadpaal of vulpunt op eigen terrein te realiseren. Wanneer dit lukt kan de gemeente helpen bij het snel behandelen van een aanvraag. Wat betreft laadpalen kan de gemeente in de publieke ruimte veel meer het voortouw nemen door zelf op strategische plaatsen laadpalen te (laten) plaatsen. Maar net als bij private locaties kunnen particulieren ook aanvragen indienen voor het plaatsen van laadpalen in de publieke ruimte. Niet iedereen heeft namelijk de mogelijkheid om thuis een laadpaal te plaatsen. Denk hierbij aan bewoners van flatgebouwen of appartementencomplexen.

Hoewel bovenstaande indeling is toegespitst op laadpalen, geldt deze ook voor een groot gedeelte voor groengas vulpunten. Zowel vulpunten op private terreinen, als op openbaar terrein en op semipublieke locaties, zoals tankstations, zijn mogelijk. Wel ligt bij vulpunten de nadruk meer op deze laatste categorie dan bij laadpalen. 

Verlengd Privaat Aansluitpunt (VPA)
Wanneer je als gemeente geen laadpalen zelf wilt of kunt plaatsen en een particulier hier geen ruimte voor heeft op eigen terrein, is het mogelijk deze te faciliteren bij het plaatsen van laadpaal op de openbare weg. De stroom wordt dan door de particulier (aansluiting achter de meterkast) geleverd. We spreken dan van een Verlengd Privaat Aansluitpunt (VPA). Een VPA is goedkoper omdat er op het openbare netwerk geen voorzieningen hoeven te worden getroffen. Het is echter wel wenselijk dat de gemeente faciliteert.

De VNG heeft met dit doel een aantal beleidsregels opgesteld. Deze beleidsregels zijn met name bedoeld voor gemeenten die niet zelf initiatiefnemer willen zijn. Met deze regels kunnen gemeenten:
  • beleid maken waarin staat onder welke voorwaarden zij bereid zijn mee te werken aan verzoeken uit de markt;
  • ontheffingen/vergunningen (APV) verlenen voor het plaatsen van oplaadpalen/-infrastructuur in de openbare ruimte en;
  • verkeersbesluiten nemen tot het aanwijzen van parkeerplaatsen voor het opladen van elektrische voertuigen. 
  • De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) stelde in samenwerking met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) een modelovereenkomst VPA  op. Deze modelovereenkomst sluit aan bij de beleidsregels.

Publieke laadlocaties
Een overzicht voor de beleidsvorming, het plaatsen en onderhouden van elektrische laadpunten in de openbare ruimte wordt gegeven in de CROW-publicatie ‘Oplaadpunten voor elektrische auto’s in de openbare ruimte’. De publicatie is in de eerste plaats bedoeld voor gemeenten, maar is ook bruikbaar voor andere organisaties. Er is aandacht voor de betrokken partijen en financiële aspecten. Het overzicht helpt (gemeenten) bij het formuleren van een business case en inkoopstrategie rond laadinfrastructuur. Is eenmaal besloten tot het realiseren van een laadpunt, dan geeft de publicatie handreikingen voor de locatiekeuze, de inrichting en het beheer, onderhoud en handhaving. 
Publieke laadlocaties kunnen worden aanbesteed door een concessie of door een opdrachtverlening. Het is wenselijk dit met samen met meerdere organisaties (regio of provincie) te doen.

Voorbeelden van beleidsmaatregelen laadpalen
In de Startgids voor gemeenten  wordt ook een menukaart van beleidsmaatregelen gegeven, waarmee elektrisch rijden in de gemeente gestimuleerd kan worden. De volgende selectie gaat in op beleidsmaatregelen die zijn gericht of raakvlakken hebben met de benodigde infrastructuur. Een uitgebreid overzicht is te vinden in de startgids.
Voorbeelden beleidsmaatregelen, die op gemeenteniveau genomen kunnen worden om bij te dragen aan realisatie van infrastructuur zijn:

  • Ga als gemeente over naar elektrisch rijden;
  • Organiseer openbare oplaadpunten voor elke EV gebruiker zonder eigen parkeergelegenheid;
  • Gratis parkeren of tegen gereduceerd tarief voor elektrische voertuigen op openbare parkeerplekken met oplaadpunt;
  • Biedt gratis groene stroom aan bij openbare oplaadpunten gedurende twee jaar.
  • Installeer (semi)publiek toegankelijke oplaadpunt bij elk overheidsgebouw;
  • Stimuleer oplaadpunten in de semipublieke ruimte zoals bij supermarkten of bij bewoners thuis. Dit kan door een subsidieregeling voor de aanschaf van een oplaadpunt aan te bieden;
  • Installeer een openbare snellader waarmee EV’s in 15 tot 30 minuten tot 80% kunnen worden geladen, of geef private partijen toestemming (bijvoorbeeld door een vergunning te verstrekken) de snellader te plaatsen en te exploiteren. 
  • Neem de plaatsing van oplaadpunten op in het bouwbesluit voor nieuwbouwprojecten of het treffen van de voorbereidingen daarvoor.

Groene Stroom 
Wanneer men tankt bij een openbare laadpunten, zoals Stichting EVNetNL of gemeenten zoals Amsterdam, laad men altijd met groene stroom. In de gemeente Amsterdam wordt stroom die de oplaadpunten leveren wordt opgewekt door Windpoort, een windmolenpark in het Westelijk Havengebied bij Amsterdam. Ook start nog in 2016 een proef met het koppelen van de laadsnelheid aan de actuele hoeveelheid opgewekte windenergie. Ook bestaat de mogelijkheid om laadpalen te realiseren, waarop rechtstreeks geladen wordt op groene, lokale energie, doordat ze zijn aangesloten op windmolens of bijvoorbeeld zonnepanelen. Laden op in de buurt opgewekte zonne-energie kan bijvoorbeeld in de wijk Lombok in Utrecht. Groene stroom kan dus zowel fysiek als administratief geleverd worden.

Typen stekkers
Om gebruik te maken van een laadpaal moet de elektrische rijder de juiste laadstekker hebben. Europees uitgangspunt is dat alle berijders van elektrische auto’s in staat zouden moeten zijn om bij alle laadpalen te kunnen laden. Een wildgroei aan verschillende type stekkers en oplaadpunten is vanuit dit oogpunt niet wenselijk. De Europese Commissie publiceerde daarom in 2014 een richtlijn voor de uitrol van laadinfrastructuur voor alternatieve brandstoffen. Hieruit blijkt dat laadpalen voor laden op normaal vermogen (met wisselstroom, AC) voor elektrische auto’s ten minste uitgerust dienen te zijn met oplaadpunten van het zogenaamde type 2, welke wordt omschreven in norm EN62196-2. Dit is in Nederland het gangbare type stekker.


IEC-normen zijn bij de normalisatie van laadsystemen van belang:
  • IEC61851: ‘Electric Vehicle Conductive Charging System’
  • IEC62196: ‘Plugs, sockets-outlets, and vehicle couplers – conductive charging of electric vehicles’


De eerste norm is een functionele beschrijving van het laadsysteem met name wat betreft de koppeling tussen elektrische voertuigen en de infrastructuur. De tweede norm geeft invulling aan de eerste norm door wel een specifieke norm voor stekkers en contactdozen te beschrijven. Momenteel gaat het om drie varianten stekkers:
  • type 1: Amerikaans/Japans voorstel volgens SAEJ1772, ontwerp van Yazaki
  • type 2: Duits voorstel volgens VDE-AR-E 2623-2-2, ontworpen door Mennekes
  • type 3: Frans-Italiaans voorstel, ontworpen door Scame
Op basis van onderzoek van TNO-KEMA hebben het Formule E-team en diverse marktpartijen unaniem gekozen voor type 2, de Mennekes-stekker. Dit is in lijn met de EU Richtlijn voor de uitrol van laadinfrastructuur, waarin type 2 als minimum Europese standaard wordt genoemd.

Beleidsmaatregelen NL & EU
Als uitwerking van het SER akkoord maakte het ministerie van I&M samen met de partners de brandstoffenvisie. Om de doelen te bereiken zijn in 2030 ongeveer 3 miljoen nul-emissie voertuigen nodig. Voor het wegvervoer werken de partners aan een transitie naar elektrische aandrijving gecombineerd met duurzame biobrandstoffen en hernieuwbaar gas als overbruggingsoptie en als lange termijn oplossing voor zwaar vervoer. En ondersteund met efficiencyverbeteringen. Voor de scheepvaart komt hier LNG bij. Zie ook het dashboard energie.

Green Deals
Sinds de start in 2011 heeft de Rijksoverheid circa 160 Green Deals afgesloten met bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere overheden. Initiatieven voor een Green Deal worden door de samenleving zelf ingediend en gaan vaak over initiatieven, die moeilijk van de grond komen. Door een samenwerkingsverband tussen verschillende partijen en de overheid kunnen knelpunten worden weggenomen. Voor meer informatie klik hier.

Green Deal 'Elektrisch rijden: op naar 20.000'
Met de Green Deal ‘Elektrisch rijden: op naar 20.000’ bundelt een koepel van partijen de krachten om elektrisch rijden te promoten. Met deze Green Deal verplichten alle partijen die samenwerken in het Formule E-team zich aan het gezamenlijk realiseren van elektrisch rijden in Nederland. De koepel bestaat uit ANWB, BOVAG, Energie-Nederland, Federatie Holland Automotive, Nederlandse Vereniging van Banken, Natuur & Milieu, Netbeheer Nederland, RAI Vereniging, Technische Universiteit Eindhoven (mede namens Technische Universiteit Delft en Universiteit Twente), Vereniging DOET, Vereniging van Nederlandse Autolease-maatschappijen. Doelstelling van deze Green Deal is realisatie van 20.000 laadpalen en 100 snellaadpalen in Nederland. Om dit doel te bereiken zijn verschillende andere Green Deals afgesloten met o.a. de focusgebieden. De focusgebieden zijn regio’s in Nederland waarin bedrijven, gemeenten, provincies en de rijksoverheid samenwerken aan elektrisch rijden. Op dit moment zijn de focusgebieden: Metropoolregio Amsterdam, Rotterdam, Noord-Brabant, gemeente Utrecht, Friesland en Groningen.

Voor een totaal overzicht van Green Deals die te maken hebben met elektrisch rijden, klik hier.
Meer informatie over Green Deals is te vinden op de website van het Rijk.

Gedragsgerichte maatregelen
Het plaatsen van laadpalen en vulpunten is een belangrijke maatregel in de transitie naar duurzaam vervoer. Maar er zijn meer maatregelen nodig om een transitie te bereiken. Mensen gaan niet op grote schaal elektrisch rijden als er palen staan en auto's gekocht kunnen worden, hier is meer voor nodig. Gedragsmaatregelen vormen een belangrijk aanvulling. KpVV maakte een handreiking voor het nemen van  gedragsmaatregelen: 'Transitie naar duurzaam vervoer'.

Klik hier voor volgend blog à

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen